Grondwaterkwaliteit

Reactie provincies op rapport Grondwaterkwaliteit Nederland 2015/2016 KWR 2017.024 (mei 2017)

De gezamenlijke provincies hebben in 2015 en 2016 in een speciale meetronde de kwaliteit van het grondwater in heel Nederland bekeken. Daarbij is het grondwater bemonsterd op zogenaamde algemene stoffen (incl. nutriƫnten), gewasbeschermingsmiddelen en opkomende stoffen. Onder deze laatste groep 'opkomende stoffen' worden stoffen verstaan die recent voor het eerst in het watersysteem zijn aangetroffen en niet vallen onder de stofgroepen die regulier worden bemonsterd. Voor deze stoffen zijn nog geen normen ontwikkeld voor het voorkomen ervan in (grond-)water.

Twee groepen 'opkomende stoffen' zijn onderzocht, namelijk 'farmaceutische stoffen' en 'overige' opkomende stoffen (o.a. brandwerende stoffen). Reden om deze stoffen te monitoren was dat deze stoffen recent in water voor de drinkwaterbereiding en (ook in het oppervlaktewater) in Nederland zijn aangetroffen. De provincies hebben daarop in het kader van hun verantwoordelijkheid als beheerder van de grondwaterkwaliteit, besloten om de aanwezigheid van een aantal van deze stoffen in het grondwater in beeld te brengen. De 2 laatstgenoemde nieuwe stofgroepen zijn alleen bemonsterd in het ondiepe grondwater, omdat zij daar het eerst aangetroffen kunnen worden. De uitkomsten van de analyses zijn door KWR in een landelijk dekkend rapport bij elkaar gebracht

De nadruk van het rapport ligt vooral op het duiden van de gewasbeschermingsmiddelen en opkomende stoffen. De bevindingen van de algemene stoffen geven geen directe aanleiding voor aanvullend beleid of maatregelen.

Uit de metingen blijkt dat gewasbeschermingsmiddelen in meer dan 70% van de meetpunten in het grondwater aanwezig zijn en in 17 % van de meetpunten de norm van 0,1 microgr/l overschrijden. In meetpunten die in grondwaterbeschermingsgebieden voor de drinkwaterwinning liggen wordt deze norm in 11 % van de gevallen overschreden.

De provincies werken in het kader van de Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater samen met de andere overheden en maatschappelijke organisaties aan vermindering van de emissie van gewasbeschermingsmiddelen naar het grond- en oppervlaktewater. Waar nodig zullen zij voorstellen doen voor maatregelen om overschrijding van normen door deze stoffen in het grondwater, met name in de grondwaterbeschermingsgebieden te voorkomen.

De provincies zullen de resultaten van de overschrijding van de grondwaternorm voor deze middelen melden aan de Commissie Toelating Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden.
De provincies zijn van mening dat deze stoffen niet boven de norm in het grondwater voor mogen komen en zeker niet in de grondwaterbeschermingsgebieden. Het toelatingsbeleid voor gewasbeschermingsmiddelen zou dit dienen te voorkomen.

Voor de twee groepen 'opkomende stoffen' zijn er nog geen normen voor het voorkomen in grondwater. In deze meetronde is er voor gekozen om 0,1 microgr/l als grens te hanteren voor de beoordeling of deze stof in ongewenste mate in het grondwater voorkomt. Deze waarde is gebruikt omdat deze in het Besluit Kwaliteit en Monitoring Water (2009) is opgenomen als signaleringswaarde voor het voorkomen van dergelijke stoffen in drinkwaterbronnen.
Uit de verrichtte metingen blijkt dat farmaceutische stoffen in 25% van de meetpunten aanwezig zijn en in 5 % van de meetpunten boven de grens van 0,1 microgr/l in het ondiepe grondwater voorkomen. De 'overige opkomende stoffen' zijn in 75% van de meetpunten aanwezig en in 71 % boven de grens van 0,1 microgr/l.

Omdat er nog geen uitgebreide kennis is over de eventuele risico's (ook ecologische) die beide groepen 'opkomende stoffen' vormen, is het moeilijk om heldere uitspraken te doen over de ernst van het aantreffen van deze stoffen in het grondwater. Uit vergelijking met normen die voor deze stoffen wel bekend zijn voor volksgezondheidsrisico's blijkt dat er bij de aangetroffen concentraties geen directe humane gezondheidsrisico's zijn. Andere risico's (de ecologische effecten, bijvoorbeeld op dieren) zijn echter meestal niet bekend.

De provincies zullen de gehele dataset van aangetroffen 'opkomende stoffen' in grondwater in Nederland inbrengen in de landelijke werkgroep 'opkomende stoffen' die sinds enkele jaren opereert. Daarin werken de provincies samen met het Rijk, de Unie van Waterschappen en kennisinstellingen.
Deze dataset wordt dan in de zomer van 2017 opgenomen in de 'Europese NORMAN'-database. Daarin zijn alle bekende normen en bekende schadelijke werkingen van stoffen opgenomen. Langs deze weg kan een risicoanalyse gemaakt worden voor de verschillende stoffen. De meest risicovolle worden voorgedragen om er normen voor af te leiden.
De provincies zullen er bij het rijk op aandringen om voor stoffen, waarvan blijkt dat die daadwerkelijk risico's bij het voorkomen in grondwater opleveren, op zo kort mogelijke termijn normen voor het voorkomen in het grondwater te formuleren.


Foto Willem Kolvoort